
Privaatrecht
Anders dan in het strafrecht en bestuursrecht, waar de relatie tussen
overheid en burger centraal staat, draait het privaatrecht om de
rechten en plichten van burgers onderling. Inhoudelijke regels,
i.e. de regels van het materiële privaatrecht, staan in het Burgerlijk
Wetboek (BW), het Wetboek van Koophandel (WvK) en tal van
kleinere wetten. Het formele privaatrecht of procesrecht vindt men
voornamelijk in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)
en de Wet op de Rechterlijke Organisatie (RO). Een zelfstandig
gebied, dat onder te
brengen valt bij het privaatrecht, is het
internationale privaatrecht (ipr). Dit regelt - de toenemende -
burgerlijke rechtsverhoudingen met een internationaal karakter.
Het materiële privaatrecht is te differentiëren naar personenrecht
en vermogensrecht.
Het personenrecht behelst het personen- en
familierecht alsmede het rechtspersonenrecht.
Het personen- en
familierecht ziet op de regels aangaande de status van natuurlijke
personen, bijvoorbeeld ten gevolge van minderjarigheid of
huwelijk/partnerschap
en echtscheiding. Het rechtspersonenrecht
gaat daarentegen over andere juridische
lichamen - zoals stichtingen
en NV's - die gelijkens mensen aan het rechtsverkeer
kunnen
deelnemen. Het vermogensrecht is verder te subcategoriseren
in onder andere
het verbintenissenrecht, het goederenrecht en
het erfrecht. Verbintenissenrecht
regelt de juridische relatie tussen
bepaalde personen (natuurlijke dan wel in
rechte) die partij zijn
bij een verbintenis. Voorbeelden van een verbintenis
zijn de
zogenaamde bijzondere contracten van een groot praktisch gewicht
als
koop, huur en de arbeidsovereenkomst. Ook de aansprakelijkheid
uit hoofde van
een onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW) wordt
gerekend tot het verbintenissenrecht.
Contrasterend met het
verbintenissenrecht heeft het goederenrecht als onderwerp
absolute
rechten op goederen die jegens een ieder kunnen worden gehandhaafd
(b.v.
eigendom). Erfrecht is het - recent sterk vernieuwde - geheel van
regels in Boek
4 BW dat de vermogensrechtelijke gevolgen van een
overlijden in kaart brengt.