
Strafrecht
Het strafrecht betreft het recht van de overheid om burgers te
bestraffen op grond van schendingen van gestelde normen.
Als zodanig heeft het strafrecht een materiёle en formele component.
Het materiёle strafrecht stelt vast welke gedragingen onder welke
omstandigheden strafbaar zijn, waaruit de straffen bestaan en
onder welke voorwaarden het strafrecht mag worden toegepast.
Het formele strafrecht dan wel strafprocesrecht bevat de regels
van organisatorische aard volgens welke het strafrecht zich dient
te verwezenlijken. Het contemporaine Nederlandse strafrecht
staat onder grote invloed van Europese rechtspraak en
EU-besluitvorming.
Het is gebruikelijk een tweede onderscheid te maken tussen het
algemene (commune) en bijzondere strafrecht. Het commune
strafrecht omvat hetgeen zonder meer onder de werking van het
Algemeen Deel van het Wetboek van Strafrecht (WvSr) valt.
Hiertoe behoren naast de misdrijven en overtredingen in het WvSr
ook delicten in andere wetten, bijvoorbeeld de Wegenverkeerswet
(WVW) en de Opiumwet (Opw). Het bijzondere strafrecht wijkt
vanwege de gepresumeerde eigenaardigheid van het strafrechtelijk
gebied in meer of mindere mate van het Algemeen Deel af.
Belangrijk is vooral het economische strafrecht, dat met name
vastligt in de Wet op de Economische Delicten (WED) en verder
kan worden gecompartimenteerd in het - relatief nieuwe - financiële
strafrecht en het milieustrafrecht. Een langere geschiedenis hebben
de fiscale strafbaarstellingen en bijbehorende bijzondere regels van
strafvordering, die zich nu in hoofdzaak bevinden in de Algemene
wet inzake Rijksbelastingen (AWR). Een apart geval is ook het
jeugdstrafrecht. Hoewel opgenomen in het WvSr en het Wetboek
van Strafvordering (WvSv) is er een afzonderlijk strafrechtelijk
regime voor jeugdige personen van kracht. Niches zijn tenslotte
het militaire strafrecht en het internationale strafrecht.